Hier denk ik de laatste dagen steeds weer aan terug. De allereerste ablatie en er ontstond een complicatie. Vocht in het hartzakje.
Net uit de narcose, bleef ik steeds maar weer in slaap vallen. Uren later werd ik pas goed wakker. Daarvoor deed ik moeite om wakker te blijven, maar het lukte niet. Mijn ogen waren te zwaar en mijn lichaam trok een ander plan. Pas rond middernacht was ik echt wakker. Ik was wakker en als ik er aan terugdenk, moest ik wel vol van adrenaline zitten. Ik heb gekletst met de verpleegkundigen en maakte grapjes. Het was midden in de nacht dus het was vrij rustig op de hartbewaking.
Ergens halverwege de nacht ging mijn hart rare sprongen maken. Geen paniek, alleen een vreemd ritme. Er werd een cardioloog opgeroepen. Deze keek. Schreef een betablokker voor en ging. Een uurtje later was de ritmestoornis verholpen en kon ik nog een paar uurtjes slapen.
Toen ik die ochtend wakker werd, voelde ik me benauwd, maar ik had geenszins in de gaten dat er iets 'mis' was. Ik had absoluut niet gedacht dat er iets niet ok was. Dat de verpleegkundigen een beetje onrustig gingen schuifelen en elkaar aan gingen zetten tot overleg met artsen; ik zag het, maar ik begreep het eigenlijk niet. Pas toen de benauwdheid werd verklaart na het maken van een echo en die uitwees dat er een vochtophoping bij het hartzakje zat, begreep ik dat er zich een complicatie had voorgedaan. Maar eigenlijk voelde ik op dat moment absoluut geen paniek. Of angst. Wat ik op dat moment wèl eng vond, waren de medicijnen die plotseling en in grote hoeveelheden moesten worden toegediend per infuus.
Dat toedienen van medicatie per infuus vind ik heel eng. Waarschijnlijk ligt dat in het feit dat de laatste chemische cardioversie zo een impact heeft gehad op mijn welzijn destijds, dat er in mijn hoofd een soort alarmbel afgaat als er medicijnen in de lijnen worden gespoten. Ik herinner me dat ik bij elke shot aan de verpleegkundige vroeg wat hij/zij toediende op dat moment. Iedere keer vroeg ik het weer: Wat spuit je in en waarom krijg ik dat? Ik weet dat ik zelf op een gegeven moment vermoedde dat de verpleegkundigen er wel een keertje klaar mee waren, met die Hollandse bemoeial. Ze zeiden het niet.
Een ander ding waar ik steeds aan moet denken is de vraag of ik pijn had. Telkens werd gevraagd of ik pijn had. Hoe mijn pijn voelde en waar ik het voelde. Wanneer ik antwoorde dat de pijn wel te doen was, kreeg ik toch medicijnen. De pijn die ik ervoer was vervelend, maar niet afschuwelijk. Mogelijk kwam dat omdat ik al standaard een pijnstiller kreeg, dat zou kunnen. Zodra ik aangaf iets van pijn te ervaren, kreeg ik een extra shot pijnstiller.
Voor de tweede nacht kreeg ik ook extra pijnstilling voordat de nachtdienst arriveerde. (Ik merk dat mijn mond zich krult tot een glimlach nu ik dit aan het typen ben.) De mannelijke verpleegkundige die dit toediende lachte en zei dat ik dan nu maar eens moest gaan ontspannen (misschien ook wel doelend op de vragen over wat hij in mijn infuus spoot ;)). Zoals dat gaat met een infuus, werkte het medicament erg snel. Ik keek naar de klok, het was tien uur in de avond. Ik lag doodstil in mijn bed en bleef naar de klok kijken. Ineens was het half elf. In mijn ooghoek zag ik de verpleegkundige wuiven, hij ging naar huis. De lichten dimden. Ineens stond een verpleegkundige van de nachtdienst aan mijn bed die vroeg of ik pijn had. 'Nee, nee geen pijn. Maar ik heb wel net pijnstiller gehad en volgens mij werkt die heel erg goed. U houdt mij wel in de gaten hè? Want het spul werkt echt heel erg goed.' Ze keek en glimlachte en ik dacht alleen maar: 'Nou ja, ik heb het in ieder geval gezegd. Laat ik nu maar gaan slapen dan voel ik me morgenochtend weer normaal.'
Eigenlijk was die nacht, de eerste nacht dat ik zo stoned als een garnaal was. Daarna volgden er meer nachten op de hartbewaking en werd voor de nacht wederom aardig wat pijnstilling toegediend. Pas toen ik naar de normale hartafdeling kon, werden er medicijnen gewisseld mede omdat mijn maag ging opspelen. Voor de nachten op de gewone afdeling kreeg ik zonder gemor Xanax. En slapen deed ik. Slapen is goed herstellen natuurlijk.
Ik heb er vaak aan teruggedacht. Ik heb me verbaasd over de hoeveelheid aan medicijnen. Het ogenschijnlijke gemak waarop in ziekenhuizen op de cardiologie medicatie wordt toegedient. Het was mij vreemd.
En met die verwonderingen kwam het besef dat ik echt flink ziek ben geweest na die eerste ablatie. Ik heb het er vaak nog met mijn cardioloog over gehad. Het was pech. Het was een risico van 1 procent per ablatie. Uiteraard speelde de omvang van de ablatie wel een rol; er waren nogal wat littekentjes gemaakt die eerste keer. Maar toch ook de tweede keer en toch is het toen goed gegaan. Na de tweede ablatie zijn er extra controles geweest om er zeker van te zijn dat er niet nog eens vocht rondom het hartzakje was ontstaan.
Bijzondere herinneringen. Bizar. Ik besef mij dat ik toch nog redelijk snel en goed herstelt ben destijds. Pas achteraf las ik hoe verschrikkelijk gevaarlijk het kan zijn wanneer er te veel vocht in het hartzakje zou komen. Gelukkig heb ik dat op dat moment niet beseft en maakte ik mij vooral druk over het niet te veel medicijnen krijgen. Zalig zijn de onwetenden. :)
maandag 20 maart 2017
maandag 13 maart 2017
Angst voor ablatie
In de volgende maand zal ik weer een nieuwe ablatie krijgen. De 4e. Je zou denken dat het nu gesneden koek is en dat ik er nu mijn hand niet meer voor omdraai, maar niets is minder waar. Ook deze keer vind ik het eng.
Zoals een tandarts over het trekken van een verstandskies spreekt, zo spreekt een cardioloog over een ablatie. Bij de bespreking van zo´n ingreep met de cardioloog klinkt het allemaal heel redelijk en absoluut ongevaarlijk, maar zodra dit gesprek ten einde is grijpt de boodschap mij naar de keel.
Eerst probeer ik met mijn verstand mijn gevoel te kalmeren. Ik probeer te sommeren wat de cardioloog heeft gezegd en ik herhaal de woorden in mijn hoofd. Daarna neemt mijn gevoel het volledig over en raak ik in paniek. In mijn hoofd gil ik dan dat ik niet meer wil en voel me als een kat in het nauw. Af en toe piep ik dit naar de meest naaste mensen, tegen de rest blijf ik cool en haal ik mijn schouders op.
Het is nu de vierde keer en alle keren verliepen zoals hierboven genoemd. Iedere keer heb ik het gevoel dat het mijn dood wordt. Het meest dramatische wat je kunt verzinnen dus. Gelukkig laat ik mezelf inmiddels toe om dit te uiten naar mijn artsen. Met praktijkervaring en wijze woorden laat ik mij dan vervolgens wel weer kalmeren, zodat het verstand de overhand krijgt.
Angst voor een ingreep, hoe groot of klein ook, gaat gewoon gepaard met onzekerheid. Dat hoort. Denk ik. Het wordt moeilijk wanneer je dit niet kunt uiten of wanneer het gevoel van paniek je volledig opslokt. In de oude praktijk van mijn huisarts hing een tegeltje in het toilet met daarop de spreuk 'Een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest'. Het relativeert nog meer wanneer je beseft dat ook mensen met een ingegroeide teennagel deze spreuk lezen. Dus een beetje bang zijn voor een ablatie mag best. Vind ik.
Zoals een tandarts over het trekken van een verstandskies spreekt, zo spreekt een cardioloog over een ablatie. Bij de bespreking van zo´n ingreep met de cardioloog klinkt het allemaal heel redelijk en absoluut ongevaarlijk, maar zodra dit gesprek ten einde is grijpt de boodschap mij naar de keel.
Eerst probeer ik met mijn verstand mijn gevoel te kalmeren. Ik probeer te sommeren wat de cardioloog heeft gezegd en ik herhaal de woorden in mijn hoofd. Daarna neemt mijn gevoel het volledig over en raak ik in paniek. In mijn hoofd gil ik dan dat ik niet meer wil en voel me als een kat in het nauw. Af en toe piep ik dit naar de meest naaste mensen, tegen de rest blijf ik cool en haal ik mijn schouders op.
Het is nu de vierde keer en alle keren verliepen zoals hierboven genoemd. Iedere keer heb ik het gevoel dat het mijn dood wordt. Het meest dramatische wat je kunt verzinnen dus. Gelukkig laat ik mezelf inmiddels toe om dit te uiten naar mijn artsen. Met praktijkervaring en wijze woorden laat ik mij dan vervolgens wel weer kalmeren, zodat het verstand de overhand krijgt.
Angst voor een ingreep, hoe groot of klein ook, gaat gewoon gepaard met onzekerheid. Dat hoort. Denk ik. Het wordt moeilijk wanneer je dit niet kunt uiten of wanneer het gevoel van paniek je volledig opslokt. In de oude praktijk van mijn huisarts hing een tegeltje in het toilet met daarop de spreuk 'Een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest'. Het relativeert nog meer wanneer je beseft dat ook mensen met een ingegroeide teennagel deze spreuk lezen. Dus een beetje bang zijn voor een ablatie mag best. Vind ik.
Labels:
ablatie,
bewustwording,
Brugada syndroom,
hart,
herinneringen,
herkenning,
opname,
voorbereiding
maandag 27 februari 2017
Minder goede dagen
Of slechte dagen. Maar dat klinkt zo negatief! (Schrijf ik nu, op een redelijk goede dag.) Wat voor de één een minder fijne dag is, is voor de ander een topdag. Het gekke is dat ik meestal, al struikelend door de dag, moet concluderen wanneer het mijn dag niet is. Hoewel ik wel steeds sneller in de gaten krijg wanneer dat zo is, wanneer het mijn dag niet blijkt te zijn.
Meestal voel ik het wel als ik uit bed opgestaan ben. Ik heb een dagelijks patroon van opstaan, aankleden en direct aan de slag gaan in de keuken. Meer een gewoonte dan noodzaak trouwens. Zodra ik mijn ogen opendoe, word ik meestal overvallen door de wekker: 'Nee! Stil wekker! Nog eventjes...'. Wanneer ik in de badkamer sta, gaat het vaak een stuk beter. Pas in de keuken, wanneer ik de vaatwasser uit ga ruimen, dán weet ik of ik écht moe ben of gewoon nog wakker moest worden. De vaatwasser uitruimen is mijn dagelijkse graadmeter. Gaat dat? Dan verloopt de rest van de dag meestal ook wel ok.
Soms dus niet. Soms kan ik wel janken, zodra ik de eerste kopjes uit de vaatwasser in de kast, boven de vaatwasser, wil zetten. Meestal uit dit zich in een pijn tussen de schouderbladen waardoor het opheffen van mijn arm loeizwaar is. Een teken dat ik toch echt die dag even wat rustiger aan moet doen. Op die dagen is het opstaan en van woonkamer naar keuken lopen al uitputtend en sta ik uit te hijgen boven het aanrecht. De deur uit voor het doen van een boodschapje, is op zo'n dag erg lastig. Ik heb mij weleens verzet, maar dan duurt het herstel veel langer. Of dan mondt het uit in ritmestoornissen, korte runs, en beland ik in een vicieuze cirkel.
Nu ik dit opschrijf, leest het voor mij heel vreemd. Ik kan nu niet per sé duiden dat mijn hart op dat soort momenten anders doet. Soms wel hoor; dan beginnen die rare slagen al vrij snel op te duiken wanneer ik mij aankleed. Toch is het vaker zo dat die vage klachten mijn dag bepalen. Ik denk dat die klachten, zoals vermoeidheid en pijn op de borst, al veroorzaakt zijn door eerdere rare hartkloppingen, mogelijk al in de nacht, tijdens het slapen.
Voor het slapengaan heb ik het meest en het vaakst hinder van de overslagen (extrasystolen). Als het echt hommeles is, dan is liggen zo onplezier dat ik in bed ga zitten. Voorovergebogen. Het is al een aantal keren voorgekomen dat ik zo dubbelgeklapt in slaap ben gevallen. Tja.Voorovergebogen voel ik de overslagen het minst en daardoor kalmeert de rest van mijn lichaam en ook mijn hoofd. Een beetje gek, maar het werkt wel bij mij.
Maar op een dag als vandaag, na een druk weekend, gaat het ok. Steeds beter lukt het om balans te houden door niet te veel van mezelf te vragen. Door in beweging te blijven, maar ook rust te pakken. Om en om. In het begin zette ik zelfs een timer. Op die manier leerde ik mezelf op tijd een halt toe te roepen en niet door te gaan, want dan ga ik te vaak, te lang door waardoor ik de rest van de dag te moe was om de dag door te komen.
Het is niet hip en trendy. Het is misschien niet passend bij mijn leeftijd. Maar het werkt op deze manier wel voor mij. En terwijl ik, voor mijn doen, heel actief de was aan het vouwen ben, sprint al zwaaiend mijn sportieve buurvrouw voorbij. Dus.
Meestal voel ik het wel als ik uit bed opgestaan ben. Ik heb een dagelijks patroon van opstaan, aankleden en direct aan de slag gaan in de keuken. Meer een gewoonte dan noodzaak trouwens. Zodra ik mijn ogen opendoe, word ik meestal overvallen door de wekker: 'Nee! Stil wekker! Nog eventjes...'. Wanneer ik in de badkamer sta, gaat het vaak een stuk beter. Pas in de keuken, wanneer ik de vaatwasser uit ga ruimen, dán weet ik of ik écht moe ben of gewoon nog wakker moest worden. De vaatwasser uitruimen is mijn dagelijkse graadmeter. Gaat dat? Dan verloopt de rest van de dag meestal ook wel ok.
Soms dus niet. Soms kan ik wel janken, zodra ik de eerste kopjes uit de vaatwasser in de kast, boven de vaatwasser, wil zetten. Meestal uit dit zich in een pijn tussen de schouderbladen waardoor het opheffen van mijn arm loeizwaar is. Een teken dat ik toch echt die dag even wat rustiger aan moet doen. Op die dagen is het opstaan en van woonkamer naar keuken lopen al uitputtend en sta ik uit te hijgen boven het aanrecht. De deur uit voor het doen van een boodschapje, is op zo'n dag erg lastig. Ik heb mij weleens verzet, maar dan duurt het herstel veel langer. Of dan mondt het uit in ritmestoornissen, korte runs, en beland ik in een vicieuze cirkel.
Nu ik dit opschrijf, leest het voor mij heel vreemd. Ik kan nu niet per sé duiden dat mijn hart op dat soort momenten anders doet. Soms wel hoor; dan beginnen die rare slagen al vrij snel op te duiken wanneer ik mij aankleed. Toch is het vaker zo dat die vage klachten mijn dag bepalen. Ik denk dat die klachten, zoals vermoeidheid en pijn op de borst, al veroorzaakt zijn door eerdere rare hartkloppingen, mogelijk al in de nacht, tijdens het slapen.
Voor het slapengaan heb ik het meest en het vaakst hinder van de overslagen (extrasystolen). Als het echt hommeles is, dan is liggen zo onplezier dat ik in bed ga zitten. Voorovergebogen. Het is al een aantal keren voorgekomen dat ik zo dubbelgeklapt in slaap ben gevallen. Tja.Voorovergebogen voel ik de overslagen het minst en daardoor kalmeert de rest van mijn lichaam en ook mijn hoofd. Een beetje gek, maar het werkt wel bij mij.
Maar op een dag als vandaag, na een druk weekend, gaat het ok. Steeds beter lukt het om balans te houden door niet te veel van mezelf te vragen. Door in beweging te blijven, maar ook rust te pakken. Om en om. In het begin zette ik zelfs een timer. Op die manier leerde ik mezelf op tijd een halt toe te roepen en niet door te gaan, want dan ga ik te vaak, te lang door waardoor ik de rest van de dag te moe was om de dag door te komen.
Het is niet hip en trendy. Het is misschien niet passend bij mijn leeftijd. Maar het werkt op deze manier wel voor mij. En terwijl ik, voor mijn doen, heel actief de was aan het vouwen ben, sprint al zwaaiend mijn sportieve buurvrouw voorbij. Dus.
maandag 20 februari 2017
Gastblog Rik
In december 2013 ben ik over mijn leven met
Brugada Syndroom gaan schrijven. Ik wist niet wat ik anders moest doen met de
bizarre gebeurtenissen die ik tot dan toe had meegemaakt. Schrijven is voor mij
altijd een uitlaatklep geweest. Het onder woorden brengen van wat mij bezighoudt,
brengt orde en rust in mijn hoofd.
Nu ben ik al bijna 3,5 jaren actief op deze
blog en alle blogs gaan over mij. Maar ik ben niet de enige die leeft met
Brugada Syndroom. En ik wil ook graag van andere mensen horen hoe zij leven met
deze aangeboren aandoening. Hoe kregen zij de diagnose? Hoe leven zij nu?
Rik bijt het spits af met deze gastblog.
Rik ken ik van de Facebook Brugada groep. Een internationale groep. In heel
veel opzichten is Rik het tegenovergestelde van mij en toch delen we dezelfde
aandoening. Wie mijn verhaal kent, zal zich mogelijk verbazen over het verhaal
van Rik. Of andersom, men zal zich verbazen over mij. Er is geen ‘goed’ of
‘fout’, we proberen er allemaal wat van te maken.
Ik
ben gevraagd om te schrijven voor deze blog ‘Mijn leven met Brugada Syndroom’. Dit
is gemakkelijker gezegd dan gedaan, zeker als je dit nog nooit hebt gedaan. Al
vlug komen de vragen: Waar begin ik? Hoe
formuleer ik dit? En hoe zet ik dat leesbaar op papier?
Laten
we gewoon beginnen bij het begin, de jaren 1980-1990. Van Brugada was er toen
nog geen sprake en we waren nog jong en onbezorgd, tot er plots iets mis ging.
Mijn hartslag kon van 80 slagen per minuut, ineens naar 180 springen en
omgekeerd. De schrik zat er toen goed in, maar eigenaardig genoeg word je dit
gewoon. Als ik eens een zo een aanval kreeg, dan probeerde ik me gewoon rustig
te houden tot deze weer over ging .
Begin
jaren 90 raakte ik in een echtscheiding verwikkeld en dit eist toch veel van je.
Ik woonde alleen op een flat en terwijl ik naar de tv aan het kijken was werd
ik wakker op de grond met mijn salontafel boven op me. Nadat ik alles netjes
had teruggeplaatst, lag ik er weer en ik besefte het zelf bijna niet. Ik heb
mijn huisarts dan toch maar even gebeld en die verwees me dringend naar het
ziekenhuis. Ik ben dus zelf maar naar de Spoed Eisende Hulp van het ziekenhuis
gereden waar men mij al stond op te wachten. Ik werd onmiddellijk aan machines gekoppeld en er
werd me van alles ingespoten. Toen ik zelf eens naar mijn cardiogram keek en
luisterde naar de pieptoon, leek dit meer op een slecht spelende harmonie dan
op een mooi klinkend liedje. De dokters wisten niet wat er met me aan de hand
was en zo vlug als ik dit had gekregen, zo vlug was het ook weer weg.
De
jaren gingen, met ritmestoornissen, voorbij en in mijn leven viel alles terug
in de plooi . Ik begon een nieuwe job, ik vond een nieuwe vrouw, een nieuw huis
en het leven lachte ons weer toe. Ik was altijd vertegenwoordiger geweest en
het deed me goed om eens een job te doen zonder stress en denkwerk. Ik was als
nachtchauffeur begonnen bij de Belgische post .
In
maart 2014 werd ons leven weer volledig overhoop gegooid. Ik herinner me alleen
dat ik op de tafel ging zitten, net voor ik naar het werk zou vertrekken, om
een sms voor te lezen aan mijn vrouw. Ze bekeek
me heel raar en toen werd alles zwart. Ik werd 6 uur later wakker in een
ziekenhuis, heel rood en ik had overal pijn.
Blijkbaar
had ik in een soort van wartaal voorgelezen en sprak ik woorden die nog niet bestonden.
Vandaar dat mijn vrouw me zo had bekeken denk ik. Dan ben ik voor de eerste
keer neergevallen. Mijn vrouw dacht in de eerste instantie dat ik gewoon was
flauwgevallen en legde me met de voeten omhoog en probeerde me iets met suiker
te doen eten. Later merkte ze dat ik geen hartslag meer had en is begonnen mij te
reanimeren. Ik ben zo een paar keer volledig weggevallen. Ikzelf weet hier niks
van. Uiteindelijk heeft mijn vrouw me naar het ziekenhuis gebracht. Onderweg
naar daar ben ik ook weer weggevallen. Bij de Spoed aangekomen moesten wij ons in de
wachtzaal maar even neerzetten en wachten. Dit heeft echter niet lang geduurd,
want ik vertrok voor de zevende keer naar niemandsland! En dan gaat alles heel
vlug. En dan zijn onmiddellijk dokters verplegers en apparaten voorradig. Na
het nemen van aderlijk bloed, zagen ze dat mijn zuurstofgehalte in het bloed
veel te laag was wat verwees naar hartstilstanden.
Deze
keer moest ik in het ziekenhuis blijven en hoorde ik voor het eerst over het Brugada
syndroom. Men deed een ajmaline test en ze twijfelde; het was niet ‘ja’ maar ook niet ‘nee’. Na een paar
dagen mocht ik naar huis en kon ik terug beginnen werken. Op vraag van mijn
vrouw mocht ik toch de rest van de week thuis blijven en op maandag moest ik
terug naar het ziekenhuis om verdere testen te ondergaan .
Die
maandag in het ziekenhuis werd er een tilt-test (red: of kanteltafeltest) gedaan. Ik
werd op een tafel vastgemaakt en deze werd dan onder een bepaalde hoek
gekanteld. Ik kreeg een pilletje en ik moest alleen maar proberen bij
bewustzijn te blijven. Dat lukte niet dus. Al na enkele minuutjes was ik in
dromenland. Plots mocht ik niet meer werken, mijn rijbewijs werd afgenomen en
er werd me een looprecorder
ingeplant. Als ik iets voelde moest ik een apparaatje tegen mijn borstkas
plaatsen en op een knopje duwen. Deze looprecorder zou dan alles registreren
wat mijn hart deed (of juist niet) en dan wisten de dokters wat ik had.
Maanden
gingen voorbij en er gebeurde niks meer. Ik kreeg binnen Bpost een andere job,
zodat ik me toch nog nuttig kon maken.
In
september gingen we met vrienden op vakantie met het vliegtuig en daar gebeurde
het weer. Van de ene op de andere seconde stond daar plots een man voor me die
vroeg of het ging, want anders zouden ze een tussenlanding maken! Ik wist niet
waar die brave man het over had en maande hem aan gewoon verder te vliegen naar
de zonnige oorden. Later vertelde mijn vrouw dat ze weer hadden moeten
reanimeren en dat die persoon de co- piloot was die 10 minuten ervoor nog bij
me was geweest. Dankzij de loop recorder was nu alles geregistreerd. Ik heb
mijn vakantie gewoon verdergezet en voor mij was deze super. Voor mijn vrouw en
vrienden was deze blijkbaar iets minder plezant. Zij zaten met de schrik dat
dit nog eens zou kunnen gebeuren. Ik denk dat Brugada Syndroom erger is voor je
partner en vrienden, dan voor jezelf. Ik weet van niets en zij maken alles heel
realistisch mee .
Terug
in België, ben ik naar het ziekenhuis gegaan om mijn looprecorder te laten
uitlezen . Er werden 4 stilstanden geregistreerd van ongeveer 12 seconden. Ik
kreeg nu van de cardioloog de uitleg van mijn probleem. Ik had een overactieve
hartzenuw. Dus als mijn hart te snel klopte dan zorgde deze zenuw er voor dat
mijn hart trager sloeg, maar deze zenuw was te actief waardoor mijn hart volledig werd stilgelegd. Dan
zouden de andere zenuwen in paniek schieten en mijn hart terug opstarten. Nu,
als een cardioloog u deze uitleg geeft, dan neem je die ook aan hè? Ik kreeg ook de raad om geen cola en koffie te
drinken en ik moest stress en zware inspanningen vermijden. Bij het buitengaan
vroeg ik nog vlug of ik nog wel mocht joggen. En ja hoor, dit was prima!
Eenmaal buiten zei mijn vrouw dat dit toch niet kon kloppen. Als ik zou gaan
joggen dan kreeg ik toch ook een verhoogde hartslag? Zou ik dan om de 100 meter
neervallen? Ik werd voor een keuze gesteld; of ik zocht een arts voor een
tweede opinie of zij zou er eentje zoeken!
Een
paar dagen later werd ik ‘s morgens wakker met barstende hoofdpijn en badend in
het zweet. Nu moet ik jullie vertellen dat ik dit telkens bij een aanval had
gehad, dus ik vermoed dat ik er toen weer een aanval heb gehad. Ik ben dus eens
gaan googelen voor een tweede opinie en kwam zo bij professor Brugada terecht.
Ik weet dat je meestal 3 tot 4 maanden moet wachten voor je daar binnen raakt, dus
belde ik voor een afspraak en deed mijn verhaal aan de mevrouw aan de andere
kant van de lijn. Haar antwoord was “Ik denk dat mijn man u zo snel mogelijk
wil zien.”. Blijkbaar had ik mevrouw Brugada aan de lijn. Ik mocht diezelfde
week nog naar Aalst komen in de privékliniek.
In
het vorige ziekenhuis werden er meters afgedrukt van mijn cardiogram en hier
één A-4tje en ik mocht even wachten . De conclusie was zware ritme- en
geleidingstoornissen. Of ik nu Brugada syndroom had of niet, dat kon hij niet
zeggen op dat moment. Professor Brugada wilde me het liefst onmiddellijk laten
opnemen in het UZ van Brussel, maar het was weekend en ze zouden toch niets
doen . Ik moest wel maandagochtend binnen komen. Die zelfde dag werd er nog een
EFO gedaan en een ajmaline test . Ik bleek dus Brugada Syndroom te hebben en ik
moest zo snel mogelijk een ICD hebben. Dit gebeurde ook allemaal in diezelfde
week .
Sindsdien
gaat alles hier een beetje rustiger. Ik werk nog deeltijds en probeer me zo
gezond en rustig mogelijk te houden. Het moeilijkst had ik het met het
psychologisch aspect. Weten dat je elke seconde kan sterven; dat werkt toch op
je systeem hoor. Ik hoor jullie al zeggen: “Ja, maar dat is toch voor iedereen
zo?”. Inderdaad, maar als je weet dat het voor een Brugada -patiënt veel realistischer
is dan denk je toch twee keer na .
Voilá,
dit is zo een beetje mijn verhaal. Ik hoop dat het jullie wat sterkt en vergeet
niet dat je, ook al heb je Brugada Syndroom, bijna alles terug kan doen. Ikzelf
heb me meer op het joggen gericht, wel onder begeleiding, maar het lukt al
aardig.
Groetjes,
Rik
Cuypers
Nog een keer dankjewel Rik voor jouw
openhartigheid!
Zou jij ook hier je verhaal over jouw leven
met Brugada Syndroom willen vertellen? (Ook als naaste, familielid, arts, psycholoog of anderszins!) Dat zou ik, en ik weet zeker ook al mijn lezers, supertof vinden!
Laat een bericht met jouw e-mailadres achter via deze blog (reacties worden
vooraf door mij gelezen alvorens ik deze plaats) en ik zal contact met je
opnemen.
maandag 13 februari 2017
Conferentie Brugada Syndroom ablatie
Over 3 dagen gaat de conferentie over ablatie bij Brugada Syndroom van start in Milaan. Een evenement waaraan cardiologen / elektrofysiologen van over de hele wereld, aan deel zullen gaan nemen.
Het doel van de conferentie is om mensen te voorzien van kennis over de speciale Brugada-ablatie. Een ablatietechniek waarbij, als ik het goed heb begrepen, aan de buitenkant van het hart wordt geableerd. Aan de rechterhartkamer. De organisatie geeft aan dat zij willen dat deze nieuwe techniek ook door anderen wordt geleerd en toegepast in de behandeling van mensen met Brugada Syndroom.
Ik ben enigszins sceptisch. Ik zie het met argusogen aan als ik heel eerlijk ben. Ook in 2013 werden deze ablaties al uitgevoerd door onder andere prof. Nandemanee. Over de resultaten op langere termijn heb ik, gek genoeg, tot nu toe weinig gehoord. In het programma staan ook twee Brugada broers genoemd en 'onze' prof. Arthur Wilde, werkzaam in het AMC.
Eerlijk is eerlijk. Als ik een sponsor had kunnen vinden die mijn reis en deelname had willen betalen, dan was ik graag gegaan. Gezien de prijzen is de conferentie alleen bedoelt voor artsen of specialisten. Ik had graag in het publiek gezeten. Ik had graag met de deelnemers willen praten. Ik had ze willen vertellen over de dagelijkse gang van zaken van mensen met Brugada Syndroom. Dat er variëteit is. Dat niet iedereen alleen maar gevaarlijke ritmestoornissen heeft, maar dat er misschien wel veel meer mensen juist gebukt gaan onder de 'minder gevaarlijke' ritmestoornissen vanuit de boezems of voorkamers.
Begrijp me niet verkeerd, als deze vorm van ablatie een echte oplossing is voor de mensen die vooral last hebben van de gevaarlijke kamerstoornissen, dan is het fantastisch dat er een mogelijkheid tot genezing van die stoornissen is. Maar, Brugada syndroom is meer dan alleen het hebben van ritmestoornissen die in de hartkamers ontstaan.
Het zal aan mijn gemoedstoestand liggen. Ik wacht inmiddels op mijn 4e ablatie. Een ablatie in het gebied van de boezems/voorkamers. Alweer. Nog één. En deze 4e ablatie is eigenlijk een gok. Een strohalm om te proberen mijn hart weer te kalmeren. Als deze ablatie niet gaat lukken, dan zit er niks anders op dan de resterende hartritmestoornis te accepteren. Met alle gevolgen van dien. Psychisch. En wellicht fysiek gezien de bijwerkingen van de medicatie waar ik dan op zal moeten leunen.
De website van de conferentie vind je hier:
http://brugadasyndromeablation.org/
Het doel van de conferentie is om mensen te voorzien van kennis over de speciale Brugada-ablatie. Een ablatietechniek waarbij, als ik het goed heb begrepen, aan de buitenkant van het hart wordt geableerd. Aan de rechterhartkamer. De organisatie geeft aan dat zij willen dat deze nieuwe techniek ook door anderen wordt geleerd en toegepast in de behandeling van mensen met Brugada Syndroom.
Ik ben enigszins sceptisch. Ik zie het met argusogen aan als ik heel eerlijk ben. Ook in 2013 werden deze ablaties al uitgevoerd door onder andere prof. Nandemanee. Over de resultaten op langere termijn heb ik, gek genoeg, tot nu toe weinig gehoord. In het programma staan ook twee Brugada broers genoemd en 'onze' prof. Arthur Wilde, werkzaam in het AMC.
Eerlijk is eerlijk. Als ik een sponsor had kunnen vinden die mijn reis en deelname had willen betalen, dan was ik graag gegaan. Gezien de prijzen is de conferentie alleen bedoelt voor artsen of specialisten. Ik had graag in het publiek gezeten. Ik had graag met de deelnemers willen praten. Ik had ze willen vertellen over de dagelijkse gang van zaken van mensen met Brugada Syndroom. Dat er variëteit is. Dat niet iedereen alleen maar gevaarlijke ritmestoornissen heeft, maar dat er misschien wel veel meer mensen juist gebukt gaan onder de 'minder gevaarlijke' ritmestoornissen vanuit de boezems of voorkamers.
Begrijp me niet verkeerd, als deze vorm van ablatie een echte oplossing is voor de mensen die vooral last hebben van de gevaarlijke kamerstoornissen, dan is het fantastisch dat er een mogelijkheid tot genezing van die stoornissen is. Maar, Brugada syndroom is meer dan alleen het hebben van ritmestoornissen die in de hartkamers ontstaan.
Het zal aan mijn gemoedstoestand liggen. Ik wacht inmiddels op mijn 4e ablatie. Een ablatie in het gebied van de boezems/voorkamers. Alweer. Nog één. En deze 4e ablatie is eigenlijk een gok. Een strohalm om te proberen mijn hart weer te kalmeren. Als deze ablatie niet gaat lukken, dan zit er niks anders op dan de resterende hartritmestoornis te accepteren. Met alle gevolgen van dien. Psychisch. En wellicht fysiek gezien de bijwerkingen van de medicatie waar ik dan op zal moeten leunen.
De website van de conferentie vind je hier:
http://brugadasyndromeablation.org/
dinsdag 7 februari 2017
Interview PBS Brugada Syndrome
Hieronder volgt een interview met onder andere de Amerikaanse Alicia Burns (Brugada girl). Alicia schrijft ook blogs over Brugada Syndroom. Haar blog vind je hier: brugadagirl.com
CRISPR and Stem Cells Could Speed Studies of Rare Diseases
By Kate Telma on
Bron:
http://www.pbs.org/wgbh/nova/next/body/crispr-and-stem-cells-could-speed-studies-of-rare-diseases/
maandag 16 januari 2017
Autorijden met Brugada Syndroom
Met Brugada Syndroom mag je best autorijden. Mits je geen hartritmestoornis hebt op het moment dat je in de auto stapt. Wanneer je niet weet of je Brugada Syndroom hebt, dan ben je in principe gewoon gezond en (met een rijbewijs op zak) capabel om een auto te besturen.
Ook zijn er wat wettelijke regels ten aanzien van een ventriculaire ritmestoornis. Na een gevaarlijke ritmestoornis mag je een aantal maanden niet achter het stuur.
Als je een ICD hebt gekregen, dan dien je ook een aantal maanden niet te rijden. Ik geloof dat het 3 maanden was in mijn geval. In die 3 maanden dien je een aantekening te laten maken op het eigen rijbewijs. Tenminste dat is in Nederland het geval. Deze code, code 100, beschermd je wettelijk en verzekeringstechnisch tegen ongevallen veroorzaakt door of als gevolg van een ritmestoornis waarbij een ICD moet ingrijpen. Of misschien is het beter om te zeggen dat het de consequenties op wettelijk en verzekeringstechnisch vlak, die het gevolg zijn van het onwel raken tijdens het besturen van een voertuig, beschermd worden door zo'n speciale code op het rijbewijs.
Voor details verwijs ik graag naar de website van de STIN:
https://www.stin.nl/rij--en-vaarbewijzen/rijbewijzen.htm
De STIN voorziet ICD-dragers via hun website van de meest actuele informatie op het gebied van ICD's (en pacemakers). (In dit geval verwijs ik liever, dan dat ik alles hier opnieuw ga opdreunen.)
En voor de Belgen onder ons:
http://www.bipib.be/web/nl/index_nl.asp
De informatie in deze is wat beperkter. Ik heb wel gemerkt dat de regels in België, in mijn optiek, wat soepeler zijn dan in Nederland. De stem van de cardioloog heeft een grote invloed op de Belgische wet- en regelgeving aangaande het autorijden. Als de cardioloog zegt dat autorijden mág en kán, dan is het vaak al voldoende. Maar goed, pin me er niet op vast - ik ben geen Vlaming en heb mij tot nu toe vooral op de Nederlandse wetgeving gefocust.
Zelf rijd ik weinig auto. In tegenstelling tot vroeger trouwens; ik reed graag en veel! Dat ik nu veel minder rijd heeft vooral met de tweede zin van deze blog te maken. Ik heb nog vaak ritmestoornissen en ik voel me dan niet scherp genoeg om een auto in druk verkeer te besturen. In noodgevallen maak ik zeker een uitzondering, want ik mág in principe gewoon rijden. Ik rijd, in dat geval, liever met een bijrijder dan alleen. Maar dat is gevoel.
Voor beroepschauffeurs gelden trouwens andere regels. Deze regels zijn na te lezen op de websites van de STIN (en mogelijk ook Bipib, voor de Belgen) en het CBR (voor de Nederlanders). Het krijgen van een ICD heeft voor de mensen die in de vervoerssector werken een behoorlijke impact. In mijn optiek zou daar best wat meer oog voor mogen zijn. Want gezien het feit dat veel jonge mensen die met Brugada Syndroom worden gediagnosticeerd, nog lang geen 65+ zijn, zullen zij flinke veranderingen moeten doorstaan op werkgebied. Geen kleinigheidje. Vooral als het werken als chauffeur je lust en je leven is.
Ook zijn er wat wettelijke regels ten aanzien van een ventriculaire ritmestoornis. Na een gevaarlijke ritmestoornis mag je een aantal maanden niet achter het stuur.
Als je een ICD hebt gekregen, dan dien je ook een aantal maanden niet te rijden. Ik geloof dat het 3 maanden was in mijn geval. In die 3 maanden dien je een aantekening te laten maken op het eigen rijbewijs. Tenminste dat is in Nederland het geval. Deze code, code 100, beschermd je wettelijk en verzekeringstechnisch tegen ongevallen veroorzaakt door of als gevolg van een ritmestoornis waarbij een ICD moet ingrijpen. Of misschien is het beter om te zeggen dat het de consequenties op wettelijk en verzekeringstechnisch vlak, die het gevolg zijn van het onwel raken tijdens het besturen van een voertuig, beschermd worden door zo'n speciale code op het rijbewijs.
Voor details verwijs ik graag naar de website van de STIN:
https://www.stin.nl/rij--en-vaarbewijzen/rijbewijzen.htm
De STIN voorziet ICD-dragers via hun website van de meest actuele informatie op het gebied van ICD's (en pacemakers). (In dit geval verwijs ik liever, dan dat ik alles hier opnieuw ga opdreunen.)
En voor de Belgen onder ons:
http://www.bipib.be/web/nl/index_nl.asp
De informatie in deze is wat beperkter. Ik heb wel gemerkt dat de regels in België, in mijn optiek, wat soepeler zijn dan in Nederland. De stem van de cardioloog heeft een grote invloed op de Belgische wet- en regelgeving aangaande het autorijden. Als de cardioloog zegt dat autorijden mág en kán, dan is het vaak al voldoende. Maar goed, pin me er niet op vast - ik ben geen Vlaming en heb mij tot nu toe vooral op de Nederlandse wetgeving gefocust.
Zelf rijd ik weinig auto. In tegenstelling tot vroeger trouwens; ik reed graag en veel! Dat ik nu veel minder rijd heeft vooral met de tweede zin van deze blog te maken. Ik heb nog vaak ritmestoornissen en ik voel me dan niet scherp genoeg om een auto in druk verkeer te besturen. In noodgevallen maak ik zeker een uitzondering, want ik mág in principe gewoon rijden. Ik rijd, in dat geval, liever met een bijrijder dan alleen. Maar dat is gevoel.
Voor beroepschauffeurs gelden trouwens andere regels. Deze regels zijn na te lezen op de websites van de STIN (en mogelijk ook Bipib, voor de Belgen) en het CBR (voor de Nederlanders). Het krijgen van een ICD heeft voor de mensen die in de vervoerssector werken een behoorlijke impact. In mijn optiek zou daar best wat meer oog voor mogen zijn. Want gezien het feit dat veel jonge mensen die met Brugada Syndroom worden gediagnosticeerd, nog lang geen 65+ zijn, zullen zij flinke veranderingen moeten doorstaan op werkgebied. Geen kleinigheidje. Vooral als het werken als chauffeur je lust en je leven is.
Labels:
arbeid,
bewustwording,
Bibip,
Brugada syndroom,
ervaring,
ICD,
publiciteit,
ritmestoornissen,
shock,
vrijheid,
werk
Abonneren op:
Posts (Atom)